Je begint met berekeningen binnen haakjes, daarna exponenten en wortels, en pas daarna voer je vermenigvuldigen en delen uit; optellen en aftrekken komen als laatste. Als je meerdere bewerkingen met dezelfde prioriteit hebt, werk je simpelweg van links naar rechts.

Met deze regel in gedachten beginnen we eerst met de vermenigvuldiging en berekenen we 25×0, wat nul oplevert. We vervangen dit in onze oorspronkelijke vergelijking, wat resulteert in 50+50-0+2+2. Los dit op en je krijgt 104 als antwoord.
Heb je het goed? Laat je antwoord achter in de reacties op Facebook!